Een bronbemaling is een proces waarbij de grondwatertafel plaatselijk en tijdelijk verlaagd wordt door het oppompen van grondwater.
Bronbemalingen die technisch noodzakelijk zijn voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel voor de aanleg van openbare nutsvoorzieningen zijn ingedeeld in de rubriek 53.2. van Vlarem II waarvoor een melding klasse 3 of een (tijdelijke) omgevingsvergunning klasse 2 vereist is.
Op 21 juni 2024 is de Grondwatertrein (voluit: het besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het VLAREL van 19 november 2010 en het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wat de waterregelgeving betreft) definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Dit wijzigingsbesluit heeft als doel het beheer van het grondwater te verbeteren.
Op 8 april 2025 is de nieuwe Grondwatertrein in werking getreden, deze voegt een aantal zaken toe aan de Vlaamse wetgeving, die de Stad al bepaalde tijd toepast en bekijkt bij bemalingsdossiers.
Een belangrijke wijziging van de grondwatertrein is het toevoegen van niet-ingedeelde bemalingen bij indelingsrubriek 53. Een bemaling kan (mits voldaan wordt aan een aantal criteria) niet ingedeeld zijn voor onder andere het plaatsen van een ondergrondse prefabconstructie zoals een regenwaterput, de kortstondige herstellingen aan ondergrondse leidingen en rioleringen of voor het graven van proefsleuven voor een archeologisch vooronderzoek.
Wat met het opgepompte bemalingswater?
Om de impact op de omgeving te beperken, moet voor elke bemaling afgetoetst worden op welke manier het netto opgepompte debiet kan beperkt worden, of een nuttige toepassing van het bemalingswater mogelijk is, alsook de verschillende lozingsmogelijkheden.
Vanuit de stad wordt erover gewaakt dat wanneer een bemaling noodzakelijk is, er maximaal ingezet wordt om het grondwater in eerste instantie zoveel mogelijk terug in de grond te brengen. Bemalingswater moet, voor zover dit met toepassing van beste beschikbare technieken mogelijk is, zoveel mogelijk terug in de grond worden ingebracht. Het retourneren van opgepompt grondwater in dezelfde watervoerende laag geniet absoluut de voorkeur. Wanneer het toepassen van een retourbemaling (technisch) niet uitvoerbaar is, kan het bemalingswater herinfiltreerd worden door gebruik te maken van infiltratieputten, infiltratiebekkens of infiltratiegrachten.
Wanneer dat niet (volledig) in de bodem kan geretourneerd of geïnfiltreerd worden, dienen de mogelijkheden om voldoende kwalitatief bemalingswater in oppervlaktewater te lozen onderzocht te worden, hetzij direct of hetzij via de regenwaterafvoer. En pas wanneer dat niet volledig kan, blijft een lozing op de vuilwaterriool als laatste optie over.
Indien bemalingswater niet terug in dezelfde watervoerende laag kan geretourneerd worden, moet er in bepaalde gevallen wel nog de mogelijkheid geboden te worden om het bemalingswater aan te bieden derden.
Meer info over het hergebruik van bemalingswater
PFAS
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn chemische stoffen die door de mens zijn gemaakt, ze komen van nature niet in het milieu voor. PFAS worden in vele industriële toepassingen en consumenten-producten gebruikt, zoals de teflon anti-aanbaklaag in pannen, cosmetica, textiel, brandblusschuim, schoonmaakmiddelen of smeermiddelen. PFAS kunnen schadelijke effecten hebben op de gezondheid van mensen.
Om de verspreiding tegen te gaan, werken de Europese en Belgische overheden aan normen: grenswaarden, advieswaarden of toetsingswaarden voor PFAS in de bodem, in de lucht, in ons voedsel en in water. De actuele rapportagegrens voor PFAS in grondwater moet steeds afgetoetst worden.
Peilgestuurde bemalingen
Het uitvoeren van peilgestuurde bemalingen is verplicht in volgende gevallen:
- Het op te pompen debiet voor een bronbemaling kan beperkt worden door het toepassen van een peilgestuurde bemaling. De bemalingspompen vallen stil als het afslagpeil behaald wordt en starten weer op zodra het aanslagpeil overschreden wordt. Een peilgestuurde bemaling is absoluut aangewezen bij bemalingen met een belangrijke invloed op de omgeving, zoals een mogelijke invloed op een natuurgebied of bij hoge zettingsrisicos.
- Bij een peilgestuurde bemaling kan ook het bemalingspeil variëren in functie van de vordering van de werf. Zo kan het peil al hoger ingesteld worden wanneer de ondergrondse constructie waterdicht is, maar het bouwwerk nog onvoldoende gewicht heeft om de opstuwende kracht van het grondwater volledig te compenseren.
Met de Grondwatertrein wordt het uitvoeren van een peilgestuurde bemaling aanzien als een standaard goede praktijk, overeenkomstig Vlarem II.
Impact op bomen
Een bemaling kan een negatieve impact hebben op waardevolle planten en bomen in de omgeving. Schade aan waardevolle bomen moet maximaal vermeden worden.
Wanneer een bronbemaling een schadelijk effect kan hebben op het waardevolle groen in de omgeving, moet een BEA (boomeffectanalyse) toegevoegd worden aan het dossier (dit zowel bij een tijdelijke omgevingsvergunning klasse 2 als bij een melding klasse 3).
De effectieve werken moeten vervolgens door een ETT-boomverzorger opgevolgd worden waarbij de nodige maatregelen genomen worden overeenkomstig de opgemaakte studie. De bemaling moet maximaal uitgevoerd worden buiten het groeiseizoen (niet van maart tot en met oktober).
Beluchten en ontijzeren van bemalingswater
Opgepompt grondwater heeft vaak een hoog ijzer- en mangaangehalte. Dit water geeft problemen als het niet ontijzerd wordt. Via ontijzering is het mogelijk om het ijzergehalte te verlagen. Door het water in contact te laten komen met lucht gaat dit oxideren en ontstaat er ijzerhydroxide die kan neerslaan. Naarmate het zuurstofgehalte in het water hoger is, verloopt de reactie beter. Ontijzering kan plaatsvinden via een goede beluchting van het afvalwater en het daarna toepassen van een cascade. Het plaatsen van een beluchtings- en ontijzeringsbak is verplicht bij iedere type lozing van bemalingswater. Afhankelijk van het gehalte zwevende stoffen is het mogelijk dat er bijkomend wordt opgelegd om een bezinkbak te plaatsen.
